Language Trip

Conjugation › Dutch › Drinken

Dutch · Verb Tables · Advanced

Drinken Conjugation

drinken means "to drink" in Dutch. Present: ik drink, jij / je drinkt, u drinkt, hij / zij / het drinkt, wij / we drinken, jullie drinken. Below: all 23 tenses we teach, with examples.

Present Onvoltooid tegenwoordige tijd (o.t.t.)

Stem (infinitive minus -en) for ik; stem + -t for jij, u, hij; -en in the plural. After inversion the -t of jij is dropped (werk jij?). Used for now, habits, general truths and, very often, for the near future.

ikdrink
jij / jedrinkt
udrinkt
hij / zij / hetdrinkt
wij / wedrinken
julliedrinken
zij / zedrinken

Present continuous Progressief: aan het + infinitive

Zijn + aan het + infinitive; stresses an action in progress right now. Not used with stative verbs such as wonen (zitten/staan/liggen/lopen + te + infinitive is the regional-or-nuanced alternative: hij staat te werken).

ikben aan het drinken
jij / jebent aan het drinken
ubent aan het drinken
hij / zij / hetis aan het drinken
wij / wezijn aan het drinken
julliezijn aan het drinken
zij / zezijn aan het drinken

Simple past Onvoltooid verleden tijd (o.v.t.)

Weak verbs add -te/-de (-ten/-den in the plural) to the stem, chosen by 't kofschip; strong verbs change the stem vowel and take no ending in the singular. Used for narration and for completed actions told as a story, especially in writing.

ikdronk
jij / jedronk
udronk
hij / zij / hetdronk
wij / wedronken
julliedronken
zij / zedronken

Present perfect Voltooid tegenwoordige tijd (v.t.t.)

Hebben or zijn in the present + past participle at the end of the clause. Zijn is used with verbs of change of place or state (ben gegaan, is gebleven) and hebben with most others; lopen takes hebben for the activity (ik heb een uur gelopen) and zijn for movement to a goal (ik ben naar huis gelopen). The usual past tense in conversation.

ikheb gedronken
jij / jehebt gedronken
uhebt gedronken
hij / zij / hetheeft gedronken
wij / wehebben gedronken
julliehebben gedronken
zij / zehebben gedronken

Past perfect Voltooid verleden tijd (v.v.t.)

Had/was + past participle; an action completed before another past moment. Same hebben/zijn choice as in the perfect.

ikhad gedronken
jij / jehad gedronken
uhad gedronken
hij / zij / hethad gedronken
wij / wehadden gedronken
julliehadden gedronken
zij / zehadden gedronken

Future Onvoltooid toekomende tijd (o.t.t.)

Zullen + infinitive at the end of the clause. Jij zult is standard; jij zal is very common in speech. It often expresses assumption (dat zal wel) more than plain future; the present tense is the everyday way to refer to the future.

ikzal drinken
jij / jezult drinken
uzult drinken
hij / zij / hetzal drinken
wij / wezullen drinken
julliezullen drinken
zij / zezullen drinken

Near future with gaan Gaan-toekomst

Gaan + infinitive; a planned or imminent action, the most common spoken future. Not used for the verb gaan itself in the same way (je gaat gaan sounds clumsy).

ikga drinken
jij / jegaat drinken
ugaat drinken
hij / zij / hetgaat drinken
wij / wegaan drinken
julliegaan drinken
zij / zegaan drinken

Future perfect Voltooid toekomende tijd (v.t.t.)

Zullen + hebben/zijn + past participle; an action that will be completed by a future moment, or a probable inference about the past (hij zal wel gewerkt hebben). Formal in tone.

ikzal hebben gedronken
jij / jezult hebben gedronken
uzult hebben gedronken
hij / zij / hetzal hebben gedronken
wij / wezullen hebben gedronken
julliezullen hebben gedronken
zij / zezullen hebben gedronken

Conditional / past future Onvoltooid verleden toekomende tijd; conditionalis

Zou/zouden + infinitive. Used for hypotheses, polite requests and reported future from a past viewpoint (hij zei dat hij zou komen), so the "past future" and the conditional share one form.

ikzou drinken
jij / jezou drinken
uzou drinken
hij / zij / hetzou drinken
wij / wezouden drinken
julliezouden drinken
zij / zezouden drinken

Conditional perfect / future perfect in the past Voltooid verleden toekomende tijd

Zou/zouden + hebben/zijn + past participle; an unreal past (als ik had gewerkt, zou ik het hebben gehaald) and the past-viewpoint equivalent of the future perfect. In speech zou gewerkt hebben is equally common.

ikzou hebben gedronken
jij / jezou hebben gedronken
uzou hebben gedronken
hij / zij / hetzou hebben gedronken
wij / wezouden hebben gedronken
julliezouden hebben gedronken
zij / zezouden hebben gedronken

Affirmative imperative Gebiedende wijs, bevestigend

Bare stem for jij (werk!). The polite u form is stem + -t with u after it (werkt u!, komt u binnen); jullie takes stem + -t. No first-person-singular imperative exists; we-hortative uses laten we. A Stems ending in -t keep it (wacht u!).

ik—
jij / jedrink
udrinkt u
hij / zij / het—
wij / welaten we drinken
julliedrinkt
zij / ze—

Negative imperative Gebiedende wijs, ontkennend

Same forms with niet after the verb. Signs and general prohibitions use the infinitive instead (niet roken, niet lopen).

ik—
jij / jedrink niet
udrinkt u niet
hij / zij / het—
wij / welaten we niet drinken
julliedrinkt niet
zij / ze—

Infinitive Onbepaalde wijs (infinitief)

Stem + -en (or -n after vowels). Also the dictionary form; after most modals it stands without te.

drinken

Infinitive with te Te-infinitief

Te + infinitive after many verbs and adjectives (proberen, beginnen, hoeven, zonder, om); the pre-verb form is aan het for progressive and om ... te for purpose.

te drinken

Present participle Tegenwoordig deelwoord

Infinitive + -d (werkend, lopend); mostly adjectival or adverbial and rather written (de werkende bevolking, lachend zei hij).

drinkend

Past participle Voltooid deelwoord

Ge- + stem + -t/-d for weak verbs (gewerkt, gewoond), ge- + changed stem + -en for strong verbs (gelopen). The ge- is dropped with inseparable prefixes (beginnen > begonnen).

gedronken

Nominalised infinitive Zelfstandig gebruikt infinitief

Het + infinitive acts as a neuter noun (het werken, het wonen, het lopen).

het drinken

Present passive (impersonal) Lijdende vorm, o.t.t.

Worden + past participle. The three model verbs are intransitive, so only the impersonal er wordt gewerkt exists (third person, no subject); a transitive verb like lezen forms the full set: het boek wordt gelezen, de boeken worden gelezen.

ikword gedronken
jij / jewordt gedronken
uwordt gedronken
hij / zij / hetwordt gedronken
wij / weworden gedronken
jullieworden gedronken
zij / zeworden gedronken

Past passive (impersonal) Lijdende vorm, o.v.t.

Werd + past participle; with transitive verbs: het boek werd gelezen.

ikwerd gedronken
jij / jewerd gedronken
uwerd gedronken
hij / zij / hetwerd gedronken
wij / wewerden gedronken
julliewerden gedronken
zij / zewerden gedronken

Perfect passive (impersonal) Lijdende vorm, v.t.t.

Is/zijn + past participle (worden is left out): er is gewerkt, het boek is gelezen.

ikben gedronken
jij / jebent gedronken
ubent gedronken
hij / zij / hetis gedronken
wij / wezijn gedronken
julliezijn gedronken
zij / zezijn gedronken

Pluperfect passive (impersonal) Lijdende vorm, v.v.t.

Was/waren + past participle: er was gewerkt, het boek was gelezen.

ikwas gedronken
jij / jewas gedronken
uwas gedronken
hij / zij / hetwas gedronken
wij / wewaren gedronken
julliewaren gedronken
zij / zewaren gedronken

Future passive (impersonal) Lijdende vorm, toekomst

Zullen + worden + past participle: er zal worden gewerkt (also: zal gewerkt worden).

ikzal worden gedronken
jij / jezult worden gedronken
uzult worden gedronken
hij / zij / hetzal worden gedronken
wij / wezullen worden gedronken
julliezullen worden gedronken
zij / zezullen worden gedronken

Conditional passive (impersonal) Lijdende vorm, conditionalis

Zou + worden + past participle: er zou worden gewerkt.

ikzou worden gedronken
jij / jezou worden gedronken
uzou worden gedronken
hij / zij / hetzou worden gedronken
wij / wezouden worden gedronken
julliezouden worden gedronken
zij / zezouden worden gedronken

Examples

Ik drink liever thee dan koffie.I prefer tea to coffee.
Drink je melk op!Drink up your milk!

Learn Dutch Free

Practice Drinken and every other verb with flashcards and verb drills in the Language Trip app and website. Free, no account needed, no ads.

All Dutch verb tables · Basic Dutch phrases