Language Trip

Conjugation › Dutch › Houden

Dutch · Verb Tables · Advanced

Houden Conjugation

houden means "to hold" in Dutch. Present: ik houd, jij / je houdt, u houdt, hij / zij / het houdt, wij / we houden, jullie houden. Below: all 22 tenses we teach, with examples.

Present Onvoltooid tegenwoordige tijd (o.t.t.)

Stem (infinitive minus -en) for ik; stem + -t for jij, u, hij; -en in the plural. After inversion the -t of jij is dropped (werk jij?). Used for now, habits, general truths and, very often, for the near future.

ikhoud
jij / jehoudt
uhoudt
hij / zij / hethoudt
wij / wehouden
julliehouden
zij / zehouden

Simple past Onvoltooid verleden tijd (o.v.t.)

Weak verbs add -te/-de (-ten/-den in the plural) to the stem, chosen by 't kofschip; strong verbs change the stem vowel and take no ending in the singular. Used for narration and for completed actions told as a story, especially in writing.

ikhield
jij / jehield
uhield
hij / zij / hethield
wij / wehielden
julliehielden
zij / zehielden

Present perfect Voltooid tegenwoordige tijd (v.t.t.)

Hebben or zijn in the present + past participle at the end of the clause. Zijn is used with verbs of change of place or state (ben gegaan, is gebleven) and hebben with most others; lopen takes hebben for the activity (ik heb een uur gelopen) and zijn for movement to a goal (ik ben naar huis gelopen). The usual past tense in conversation.

ikheb gehouden
jij / jehebt gehouden
uhebt gehouden
hij / zij / hetheeft gehouden
wij / wehebben gehouden
julliehebben gehouden
zij / zehebben gehouden

Past perfect Voltooid verleden tijd (v.v.t.)

Had/was + past participle; an action completed before another past moment. Same hebben/zijn choice as in the perfect.

ikhad gehouden
jij / jehad gehouden
uhad gehouden
hij / zij / hethad gehouden
wij / wehadden gehouden
julliehadden gehouden
zij / zehadden gehouden

Future Onvoltooid toekomende tijd (o.t.t.)

Zullen + infinitive at the end of the clause. Jij zult is standard; jij zal is very common in speech. It often expresses assumption (dat zal wel) more than plain future; the present tense is the everyday way to refer to the future.

ikzal houden
jij / jezult houden
uzult houden
hij / zij / hetzal houden
wij / wezullen houden
julliezullen houden
zij / zezullen houden

Near future with gaan Gaan-toekomst

Gaan + infinitive; a planned or imminent action, the most common spoken future. Not used for the verb gaan itself in the same way (je gaat gaan sounds clumsy).

ikga houden
jij / jegaat houden
ugaat houden
hij / zij / hetgaat houden
wij / wegaan houden
julliegaan houden
zij / zegaan houden

Future perfect Voltooid toekomende tijd (v.t.t.)

Zullen + hebben/zijn + past participle; an action that will be completed by a future moment, or a probable inference about the past (hij zal wel gewerkt hebben). Formal in tone.

ikzal hebben gehouden
jij / jezult hebben gehouden
uzult hebben gehouden
hij / zij / hetzal hebben gehouden
wij / wezullen hebben gehouden
julliezullen hebben gehouden
zij / zezullen hebben gehouden

Conditional / past future Onvoltooid verleden toekomende tijd; conditionalis

Zou/zouden + infinitive. Used for hypotheses, polite requests and reported future from a past viewpoint (hij zei dat hij zou komen), so the "past future" and the conditional share one form.

ikzou houden
jij / jezou houden
uzou houden
hij / zij / hetzou houden
wij / wezouden houden
julliezouden houden
zij / zezouden houden

Conditional perfect / future perfect in the past Voltooid verleden toekomende tijd

Zou/zouden + hebben/zijn + past participle; an unreal past (als ik had gewerkt, zou ik het hebben gehaald) and the past-viewpoint equivalent of the future perfect. In speech zou gewerkt hebben is equally common.

ikzou hebben gehouden
jij / jezou hebben gehouden
uzou hebben gehouden
hij / zij / hetzou hebben gehouden
wij / wezouden hebben gehouden
julliezouden hebben gehouden
zij / zezouden hebben gehouden

Affirmative imperative Gebiedende wijs, bevestigend

Bare stem for jij (werk!). The polite u form is stem + -t with u after it (werkt u!, komt u binnen); jullie takes stem + -t. No first-person-singular imperative exists; we-hortative uses laten we. A Stems ending in -t keep it (wacht u!).

ik—
jij / jehoud
uhoudt u
hij / zij / het—
wij / welaten we houden
julliehoudt
zij / ze—

Negative imperative Gebiedende wijs, ontkennend

Same forms with niet after the verb. Signs and general prohibitions use the infinitive instead (niet roken, niet lopen).

ik—
jij / jehoud niet
uhoudt u niet
hij / zij / het—
wij / welaten we niet houden
julliehoudt niet
zij / ze—

Infinitive Onbepaalde wijs (infinitief)

Stem + -en (or -n after vowels). Also the dictionary form; after most modals it stands without te.

houden

Infinitive with te Te-infinitief

Te + infinitive after many verbs and adjectives (proberen, beginnen, hoeven, zonder, om); the pre-verb form is aan het for progressive and om ... te for purpose.

te houden

Present participle Tegenwoordig deelwoord

Infinitive + -d (werkend, lopend); mostly adjectival or adverbial and rather written (de werkende bevolking, lachend zei hij).

houdend

Past participle Voltooid deelwoord

Ge- + stem + -t/-d for weak verbs (gewerkt, gewoond), ge- + changed stem + -en for strong verbs (gelopen). The ge- is dropped with inseparable prefixes (beginnen > begonnen).

gehouden

Nominalised infinitive Zelfstandig gebruikt infinitief

Het + infinitive acts as a neuter noun (het werken, het wonen, het lopen).

het houden

Present passive (impersonal) Lijdende vorm, o.t.t.

Worden + past participle. The three model verbs are intransitive, so only the impersonal er wordt gewerkt exists (third person, no subject); a transitive verb like lezen forms the full set: het boek wordt gelezen, de boeken worden gelezen.

ikword gehouden
jij / jewordt gehouden
uwordt gehouden
hij / zij / hetwordt gehouden
wij / weworden gehouden
jullieworden gehouden
zij / zeworden gehouden

Past passive (impersonal) Lijdende vorm, o.v.t.

Werd + past participle; with transitive verbs: het boek werd gelezen.

ikwerd gehouden
jij / jewerd gehouden
uwerd gehouden
hij / zij / hetwerd gehouden
wij / wewerden gehouden
julliewerden gehouden
zij / zewerden gehouden

Perfect passive (impersonal) Lijdende vorm, v.t.t.

Is/zijn + past participle (worden is left out): er is gewerkt, het boek is gelezen.

ikben gehouden
jij / jebent gehouden
ubent gehouden
hij / zij / hetis gehouden
wij / wezijn gehouden
julliezijn gehouden
zij / zezijn gehouden

Pluperfect passive (impersonal) Lijdende vorm, v.v.t.

Was/waren + past participle: er was gewerkt, het boek was gelezen.

ikwas gehouden
jij / jewas gehouden
uwas gehouden
hij / zij / hetwas gehouden
wij / wewaren gehouden
julliewaren gehouden
zij / zewaren gehouden

Future passive (impersonal) Lijdende vorm, toekomst

Zullen + worden + past participle: er zal worden gewerkt (also: zal gewerkt worden).

ikzal worden gehouden
jij / jezult worden gehouden
uzult worden gehouden
hij / zij / hetzal worden gehouden
wij / wezullen worden gehouden
julliezullen worden gehouden
zij / zezullen worden gehouden

Conditional passive (impersonal) Lijdende vorm, conditionalis

Zou + worden + past participle: er zou worden gewerkt.

ikzou worden gehouden
jij / jezou worden gehouden
uzou worden gehouden
hij / zij / hetzou worden gehouden
wij / wezouden worden gehouden
julliezouden worden gehouden
zij / zezouden worden gehouden

Examples

Ik houd van muziek.I love music.
Houd de dief!Stop the thief!

Learn Dutch Free

Practice Houden and every other verb with flashcards and verb drills in the Language Trip app and website. Free, no account needed, no ads.

All Dutch verb tables · Basic Dutch phrases