Language Trip

Conjugation › Dutch › Schrijven

Dutch · Verb Tables · Advanced

Schrijven Conjugation

schrijven means "to write" in Dutch. Present: ik schrijf, jij / je schrijft, u schrijft, hij / zij / het schrijft, wij / we schrijven, jullie schrijven. Below: all 23 tenses we teach, with examples.

Present Onvoltooid tegenwoordige tijd (o.t.t.)

Stem (infinitive minus -en) for ik; stem + -t for jij, u, hij; -en in the plural. After inversion the -t of jij is dropped (werk jij?). Used for now, habits, general truths and, very often, for the near future.

ikschrijf
jij / jeschrijft
uschrijft
hij / zij / hetschrijft
wij / weschrijven
jullieschrijven
zij / zeschrijven

Present continuous Progressief: aan het + infinitive

Zijn + aan het + infinitive; stresses an action in progress right now. Not used with stative verbs such as wonen (zitten/staan/liggen/lopen + te + infinitive is the regional-or-nuanced alternative: hij staat te werken).

ikben aan het schrijven
jij / jebent aan het schrijven
ubent aan het schrijven
hij / zij / hetis aan het schrijven
wij / wezijn aan het schrijven
julliezijn aan het schrijven
zij / zezijn aan het schrijven

Simple past Onvoltooid verleden tijd (o.v.t.)

Weak verbs add -te/-de (-ten/-den in the plural) to the stem, chosen by 't kofschip; strong verbs change the stem vowel and take no ending in the singular. Used for narration and for completed actions told as a story, especially in writing.

ikschreef
jij / jeschreef
uschreef
hij / zij / hetschreef
wij / weschreven
jullieschreven
zij / zeschreven

Present perfect Voltooid tegenwoordige tijd (v.t.t.)

Hebben or zijn in the present + past participle at the end of the clause. Zijn is used with verbs of change of place or state (ben gegaan, is gebleven) and hebben with most others; lopen takes hebben for the activity (ik heb een uur gelopen) and zijn for movement to a goal (ik ben naar huis gelopen). The usual past tense in conversation.

ikheb geschreven
jij / jehebt geschreven
uhebt geschreven
hij / zij / hetheeft geschreven
wij / wehebben geschreven
julliehebben geschreven
zij / zehebben geschreven

Past perfect Voltooid verleden tijd (v.v.t.)

Had/was + past participle; an action completed before another past moment. Same hebben/zijn choice as in the perfect.

ikhad geschreven
jij / jehad geschreven
uhad geschreven
hij / zij / hethad geschreven
wij / wehadden geschreven
julliehadden geschreven
zij / zehadden geschreven

Future Onvoltooid toekomende tijd (o.t.t.)

Zullen + infinitive at the end of the clause. Jij zult is standard; jij zal is very common in speech. It often expresses assumption (dat zal wel) more than plain future; the present tense is the everyday way to refer to the future.

ikzal schrijven
jij / jezult schrijven
uzult schrijven
hij / zij / hetzal schrijven
wij / wezullen schrijven
julliezullen schrijven
zij / zezullen schrijven

Near future with gaan Gaan-toekomst

Gaan + infinitive; a planned or imminent action, the most common spoken future. Not used for the verb gaan itself in the same way (je gaat gaan sounds clumsy).

ikga schrijven
jij / jegaat schrijven
ugaat schrijven
hij / zij / hetgaat schrijven
wij / wegaan schrijven
julliegaan schrijven
zij / zegaan schrijven

Future perfect Voltooid toekomende tijd (v.t.t.)

Zullen + hebben/zijn + past participle; an action that will be completed by a future moment, or a probable inference about the past (hij zal wel gewerkt hebben). Formal in tone.

ikzal hebben geschreven
jij / jezult hebben geschreven
uzult hebben geschreven
hij / zij / hetzal hebben geschreven
wij / wezullen hebben geschreven
julliezullen hebben geschreven
zij / zezullen hebben geschreven

Conditional / past future Onvoltooid verleden toekomende tijd; conditionalis

Zou/zouden + infinitive. Used for hypotheses, polite requests and reported future from a past viewpoint (hij zei dat hij zou komen), so the "past future" and the conditional share one form.

ikzou schrijven
jij / jezou schrijven
uzou schrijven
hij / zij / hetzou schrijven
wij / wezouden schrijven
julliezouden schrijven
zij / zezouden schrijven

Conditional perfect / future perfect in the past Voltooid verleden toekomende tijd

Zou/zouden + hebben/zijn + past participle; an unreal past (als ik had gewerkt, zou ik het hebben gehaald) and the past-viewpoint equivalent of the future perfect. In speech zou gewerkt hebben is equally common.

ikzou hebben geschreven
jij / jezou hebben geschreven
uzou hebben geschreven
hij / zij / hetzou hebben geschreven
wij / wezouden hebben geschreven
julliezouden hebben geschreven
zij / zezouden hebben geschreven

Affirmative imperative Gebiedende wijs, bevestigend

Bare stem for jij (werk!). The polite u form is stem + -t with u after it (werkt u!, komt u binnen); jullie takes stem + -t. No first-person-singular imperative exists; we-hortative uses laten we. A Stems ending in -t keep it (wacht u!).

ik—
jij / jeschrijf
uschrijft u
hij / zij / het—
wij / welaten we schrijven
jullieschrijft
zij / ze—

Negative imperative Gebiedende wijs, ontkennend

Same forms with niet after the verb. Signs and general prohibitions use the infinitive instead (niet roken, niet lopen).

ik—
jij / jeschrijf niet
uschrijft u niet
hij / zij / het—
wij / welaten we niet schrijven
jullieschrijft niet
zij / ze—

Infinitive Onbepaalde wijs (infinitief)

Stem + -en (or -n after vowels). Also the dictionary form; after most modals it stands without te.

schrijven

Infinitive with te Te-infinitief

Te + infinitive after many verbs and adjectives (proberen, beginnen, hoeven, zonder, om); the pre-verb form is aan het for progressive and om ... te for purpose.

te schrijven

Present participle Tegenwoordig deelwoord

Infinitive + -d (werkend, lopend); mostly adjectival or adverbial and rather written (de werkende bevolking, lachend zei hij).

schrijvend

Past participle Voltooid deelwoord

Ge- + stem + -t/-d for weak verbs (gewerkt, gewoond), ge- + changed stem + -en for strong verbs (gelopen). The ge- is dropped with inseparable prefixes (beginnen > begonnen).

geschreven

Nominalised infinitive Zelfstandig gebruikt infinitief

Het + infinitive acts as a neuter noun (het werken, het wonen, het lopen).

het schrijven

Present passive (impersonal) Lijdende vorm, o.t.t.

Worden + past participle. The three model verbs are intransitive, so only the impersonal er wordt gewerkt exists (third person, no subject); a transitive verb like lezen forms the full set: het boek wordt gelezen, de boeken worden gelezen.

ikword geschreven
jij / jewordt geschreven
uwordt geschreven
hij / zij / hetwordt geschreven
wij / weworden geschreven
jullieworden geschreven
zij / zeworden geschreven

Past passive (impersonal) Lijdende vorm, o.v.t.

Werd + past participle; with transitive verbs: het boek werd gelezen.

ikwerd geschreven
jij / jewerd geschreven
uwerd geschreven
hij / zij / hetwerd geschreven
wij / wewerden geschreven
julliewerden geschreven
zij / zewerden geschreven

Perfect passive (impersonal) Lijdende vorm, v.t.t.

Is/zijn + past participle (worden is left out): er is gewerkt, het boek is gelezen.

ikben geschreven
jij / jebent geschreven
ubent geschreven
hij / zij / hetis geschreven
wij / wezijn geschreven
julliezijn geschreven
zij / zezijn geschreven

Pluperfect passive (impersonal) Lijdende vorm, v.v.t.

Was/waren + past participle: er was gewerkt, het boek was gelezen.

ikwas geschreven
jij / jewas geschreven
uwas geschreven
hij / zij / hetwas geschreven
wij / wewaren geschreven
julliewaren geschreven
zij / zewaren geschreven

Future passive (impersonal) Lijdende vorm, toekomst

Zullen + worden + past participle: er zal worden gewerkt (also: zal gewerkt worden).

ikzal worden geschreven
jij / jezult worden geschreven
uzult worden geschreven
hij / zij / hetzal worden geschreven
wij / wezullen worden geschreven
julliezullen worden geschreven
zij / zezullen worden geschreven

Conditional passive (impersonal) Lijdende vorm, conditionalis

Zou + worden + past participle: er zou worden gewerkt.

ikzou worden geschreven
jij / jezou worden geschreven
uzou worden geschreven
hij / zij / hetzou worden geschreven
wij / wezouden worden geschreven
julliezouden worden geschreven
zij / zezouden worden geschreven

Examples

Ik schrijf een brief aan mijn oma.I am writing a letter to my grandmother.
Schrijf het op!Write it down!

Learn Dutch Free

Practice Schrijven and every other verb with flashcards and verb drills in the Language Trip app and website. Free, no account needed, no ads.

All Dutch verb tables · Basic Dutch phrases