Language Trip

Conjugation › Dutch › Vinden

Dutch · Verb Tables · Advanced

Vinden Conjugation

vinden means "to find" in Dutch. Present: ik vind, jij / je vindt, u vindt, hij / zij / het vindt, wij / we vinden, jullie vinden. Below: all 22 tenses we teach, with examples.

Present Onvoltooid tegenwoordige tijd (o.t.t.)

Stem (infinitive minus -en) for ik; stem + -t for jij, u, hij; -en in the plural. After inversion the -t of jij is dropped (werk jij?). Used for now, habits, general truths and, very often, for the near future.

ikvind
jij / jevindt
uvindt
hij / zij / hetvindt
wij / wevinden
jullievinden
zij / zevinden

Simple past Onvoltooid verleden tijd (o.v.t.)

Weak verbs add -te/-de (-ten/-den in the plural) to the stem, chosen by 't kofschip; strong verbs change the stem vowel and take no ending in the singular. Used for narration and for completed actions told as a story, especially in writing.

ikvond
jij / jevond
uvond
hij / zij / hetvond
wij / wevonden
jullievonden
zij / zevonden

Present perfect Voltooid tegenwoordige tijd (v.t.t.)

Hebben or zijn in the present + past participle at the end of the clause. Zijn is used with verbs of change of place or state (ben gegaan, is gebleven) and hebben with most others; lopen takes hebben for the activity (ik heb een uur gelopen) and zijn for movement to a goal (ik ben naar huis gelopen). The usual past tense in conversation.

ikheb gevonden
jij / jehebt gevonden
uhebt gevonden
hij / zij / hetheeft gevonden
wij / wehebben gevonden
julliehebben gevonden
zij / zehebben gevonden

Past perfect Voltooid verleden tijd (v.v.t.)

Had/was + past participle; an action completed before another past moment. Same hebben/zijn choice as in the perfect.

ikhad gevonden
jij / jehad gevonden
uhad gevonden
hij / zij / hethad gevonden
wij / wehadden gevonden
julliehadden gevonden
zij / zehadden gevonden

Future Onvoltooid toekomende tijd (o.t.t.)

Zullen + infinitive at the end of the clause. Jij zult is standard; jij zal is very common in speech. It often expresses assumption (dat zal wel) more than plain future; the present tense is the everyday way to refer to the future.

ikzal vinden
jij / jezult vinden
uzult vinden
hij / zij / hetzal vinden
wij / wezullen vinden
julliezullen vinden
zij / zezullen vinden

Near future with gaan Gaan-toekomst

Gaan + infinitive; a planned or imminent action, the most common spoken future. Not used for the verb gaan itself in the same way (je gaat gaan sounds clumsy).

ikga vinden
jij / jegaat vinden
ugaat vinden
hij / zij / hetgaat vinden
wij / wegaan vinden
julliegaan vinden
zij / zegaan vinden

Future perfect Voltooid toekomende tijd (v.t.t.)

Zullen + hebben/zijn + past participle; an action that will be completed by a future moment, or a probable inference about the past (hij zal wel gewerkt hebben). Formal in tone.

ikzal hebben gevonden
jij / jezult hebben gevonden
uzult hebben gevonden
hij / zij / hetzal hebben gevonden
wij / wezullen hebben gevonden
julliezullen hebben gevonden
zij / zezullen hebben gevonden

Conditional / past future Onvoltooid verleden toekomende tijd; conditionalis

Zou/zouden + infinitive. Used for hypotheses, polite requests and reported future from a past viewpoint (hij zei dat hij zou komen), so the "past future" and the conditional share one form.

ikzou vinden
jij / jezou vinden
uzou vinden
hij / zij / hetzou vinden
wij / wezouden vinden
julliezouden vinden
zij / zezouden vinden

Conditional perfect / future perfect in the past Voltooid verleden toekomende tijd

Zou/zouden + hebben/zijn + past participle; an unreal past (als ik had gewerkt, zou ik het hebben gehaald) and the past-viewpoint equivalent of the future perfect. In speech zou gewerkt hebben is equally common.

ikzou hebben gevonden
jij / jezou hebben gevonden
uzou hebben gevonden
hij / zij / hetzou hebben gevonden
wij / wezouden hebben gevonden
julliezouden hebben gevonden
zij / zezouden hebben gevonden

Affirmative imperative Gebiedende wijs, bevestigend

Bare stem for jij (werk!). The polite u form is stem + -t with u after it (werkt u!, komt u binnen); jullie takes stem + -t. No first-person-singular imperative exists; we-hortative uses laten we. A Stems ending in -t keep it (wacht u!).

ik—
jij / jevind
uvindt u
hij / zij / het—
wij / welaten we vinden
jullievindt
zij / ze—

Negative imperative Gebiedende wijs, ontkennend

Same forms with niet after the verb. Signs and general prohibitions use the infinitive instead (niet roken, niet lopen).

ik—
jij / jevind niet
uvindt u niet
hij / zij / het—
wij / welaten we niet vinden
jullievindt niet
zij / ze—

Infinitive Onbepaalde wijs (infinitief)

Stem + -en (or -n after vowels). Also the dictionary form; after most modals it stands without te.

vinden

Infinitive with te Te-infinitief

Te + infinitive after many verbs and adjectives (proberen, beginnen, hoeven, zonder, om); the pre-verb form is aan het for progressive and om ... te for purpose.

te vinden

Present participle Tegenwoordig deelwoord

Infinitive + -d (werkend, lopend); mostly adjectival or adverbial and rather written (de werkende bevolking, lachend zei hij).

vindend

Past participle Voltooid deelwoord

Ge- + stem + -t/-d for weak verbs (gewerkt, gewoond), ge- + changed stem + -en for strong verbs (gelopen). The ge- is dropped with inseparable prefixes (beginnen > begonnen).

gevonden

Nominalised infinitive Zelfstandig gebruikt infinitief

Het + infinitive acts as a neuter noun (het werken, het wonen, het lopen).

het vinden

Present passive (impersonal) Lijdende vorm, o.t.t.

Worden + past participle. The three model verbs are intransitive, so only the impersonal er wordt gewerkt exists (third person, no subject); a transitive verb like lezen forms the full set: het boek wordt gelezen, de boeken worden gelezen.

ikword gevonden
jij / jewordt gevonden
uwordt gevonden
hij / zij / hetwordt gevonden
wij / weworden gevonden
jullieworden gevonden
zij / zeworden gevonden

Past passive (impersonal) Lijdende vorm, o.v.t.

Werd + past participle; with transitive verbs: het boek werd gelezen.

ikwerd gevonden
jij / jewerd gevonden
uwerd gevonden
hij / zij / hetwerd gevonden
wij / wewerden gevonden
julliewerden gevonden
zij / zewerden gevonden

Perfect passive (impersonal) Lijdende vorm, v.t.t.

Is/zijn + past participle (worden is left out): er is gewerkt, het boek is gelezen.

ikben gevonden
jij / jebent gevonden
ubent gevonden
hij / zij / hetis gevonden
wij / wezijn gevonden
julliezijn gevonden
zij / zezijn gevonden

Pluperfect passive (impersonal) Lijdende vorm, v.v.t.

Was/waren + past participle: er was gewerkt, het boek was gelezen.

ikwas gevonden
jij / jewas gevonden
uwas gevonden
hij / zij / hetwas gevonden
wij / wewaren gevonden
julliewaren gevonden
zij / zewaren gevonden

Future passive (impersonal) Lijdende vorm, toekomst

Zullen + worden + past participle: er zal worden gewerkt (also: zal gewerkt worden).

ikzal worden gevonden
jij / jezult worden gevonden
uzult worden gevonden
hij / zij / hetzal worden gevonden
wij / wezullen worden gevonden
julliezullen worden gevonden
zij / zezullen worden gevonden

Conditional passive (impersonal) Lijdende vorm, conditionalis

Zou + worden + past participle: er zou worden gewerkt.

ikzou worden gevonden
jij / jezou worden gevonden
uzou worden gevonden
hij / zij / hetzou worden gevonden
wij / wezouden worden gevonden
julliezouden worden gevonden
zij / zezouden worden gevonden

Examples

Ik vind het erg mooi.I think it is very beautiful.
Vind de fout!Find the mistake!

Learn Dutch Free

Practice Vinden and every other verb with flashcards and verb drills in the Language Trip app and website. Free, no account needed, no ads.

All Dutch verb tables · Basic Dutch phrases